Vogelbekdier

Het vogelbekdier (Ornithorhynchus anatinus) heeft zowel kenmerken die bij zoogdieren voorkomen, als reptielenkenmerken. Het stamt uit de tijd dat de reptielen zich tot zoogdieren begonnen te ontwikkelen, zo'n 150 miljoen jaar geleden.
Het is een van de merkwaardigste zoogdieren ter wereld. Het legt eieren en bebroedt die net als een reptiel of een vogel, maar zoogt de jongen daarna als een zoogdier.(Het enige andere dier dat eieren legt en zoogt, is de mierenegel.)
Vogelbekdieren hebben met reptielen en vogels ook gemeen, dat ze één uitgang hebben voor zowel uitwerpselen, als voor urine en geslachtsprodukten (in dit geval de eieren), de zogenaamde cloaca.
Opvallende kenmerken van het vogelbekdier zijn: de brede snavel, die aan een eendensnavel doet denken, de zwemvliezen aan de poten, de bruine vacht van zacht haar, de platte staart en het ontbreken van tanden.
Vogelbekdieren komen alleen voor in Australië, waar hun orde endemisch is. Daar zijn ze strikt beschermd.
Toen in 1798 de eerste complete huid het British Museum in Londen bereikte, een vel met staart en de verdroogde snavel eraan, wilde in het begin niemand geloven dat het echt was (dierenopzetters 'vervalsten' wel vaker dieren).

(Met dank aan het Museon in Den Haag)
  1. Maak van deze tekst een samenvatting in de vorm van een ballonnenschema.
  2. Vraag hiervoor een werkblad (en uitleg) aan je docent.
  3. Doe bovenstaande tekst weg, en neem het ballonnenschema voor je.
  4. Schrijf nu met eigen woorden op wat er in de tekst wordt besproken; kijk alleen naar het ballonnenschema!
  5. Laat aan je docent zien.

Platypus
bron: http://www.latrobe.tas.gov.au/warrawee.htm