STUDIEWIJZER BIOLOGIE klas 1 vmbo

Overzicht



Algemene studieaanwijzingen

In de klas ben je altijd bezig met het uitvoeren van leeractiviteiten. De meest voorkomende zijn teksten lezen en vragen beantwoorden, maar ook moet je praktische opdrachten uitvoeren. Dan moet je waarnemingen verrichten en tekeningen of verslagen maken.


Welke spullen heb je nodig?

Je moet altijd bij je hebben: je leerboek, je schrift, je werkboek, blauwe pen, rode pen, potlood HB, kleurpotloden, lijm, schaar, liniaal, puntenslijper, opbergmap(pen).

Werken in groepjes

Soms moet je alleen werken aan de opdrachten, soms in een groepje.
Als je met een groepje werkt, is er steeds een aanvoerder (om beurten).
Alleen de aanvoerder mag vragen stellen aan de docent.
De aanvoeder zorgt er verder voor dat iedereen in het groepje een bijdrage kan leveren.
Je moet overleggen over de antwoorden en alle vier hetzelfde opschrijven.

Terug naar boven

Leeractiviteiten

Een belangrijke leeractiviteit is het maken van de diagnostische toets, de D-toets.
Die maak je met behulp van je CD-ROM.
Terug naar boven

Hoe leer je een proefwerk?

Meteen de eerste les ben je al voor het proefwerk aan het leren, en dat blijft elke les zo.
Je leert voor een proefwerk door de volgende dingen te doen:

Als je een proefwerk hebt gemist, moet je het inhalen op een middag, na afloop van de lessen. Hiervoor moet je zelf een afspraak maken met je docent. Doe je dit niet, dan ben je in gebreke gebleven en wordt het proefwerk beoordeeld met het cijfer 1.
Alle opdrachten die te laat worden ingeleverd (bijvoorbeeld een werkstuk), worden beoordeeld met het cijfer 1.

Terug naar boven

Het maken van een werkplan

Op een gegeven moment moet je zelf een werkplan gaan maken.
Als je aan een nieuw hoofdstuk begint, geeft je docent de datum van het proefwerk op.
Je gaat kijken welke opdrachten je allemaal moet doen, en verdeelt ze over de beschikbare lessen. Dit vul je in op een planningsformulier (zie verderop).
Bij elke les hoort ook wat huiswerk. Je bepaalt zelf hoeveel huiswerk er nodig is.
Bij het maken van een werkplan of werkschema moet je de totale hoeveelheid werk verdelen in porties die elk in een lesuur plus een half uur (gemiddeld ) huiswerk gemaakt kunnen worden..
Dus je moet per les opschrijven wat je allemaal in die les zelf doet plus wat je thuis er nog bij moet doen.
Je moet noteren welke activiteiten je uitvoert. Activiteiten zijn bijvoorbeeld: kernwoorden noteren, opgaven 5 tot en met 10 maken, paragraaf zes lezen, hoofdstuk 3 samenvatten, naar de bibliotheek gaan, samenvatting memoriseren, oefenvragen maken, D-toets maken, nakijken en verbeteren et cetera.

Je gebruikt hiervoor het planningformulier van je CD-ROM.

Terug naar boven

CONTROLE- en BEOORDELINGSLIJST klas 2 vmbo

Hulpmiddel bij het nagaan of je schrift, je werkboek en je werkwijze in orde zijn.
Dit formulier moet in je dossier worden opgeborgen.
THEMA____________________________________________________
NAAM_______________________________________KLAS_________
DATUM______________________________________
CIJFER: eigen oordeel: ________ Beoordeling door docent: ________________
Waar moet je allemaal op letten?  
Het Werkboek JA
Heb je alle opdrachten van de basisstof compleet? Aantal opdrachten: …………….  
Heb je alle opgegeven verrijkingsstof compleet ? Aantal opdrachten:………….  
Heb je extra verrijkingsstof gemaakt? Aantal opdrachten:…….  
Heb je de D-toets gemaakt?  
Heb je met blauw of zwart geschreven?  
Heb je foute woorden en zinnen netjes doorgestreept?  
Zijn alle fouten duidelijk en netjes met rood verbeterd?  
Heb je netjes geschreven en nergens geknoeid?  
Heb je Tipp-Ex gebruikt? (niet gewenst)  
Heb je teveel lijm gebruikt? (niet gewenst)  
Het Schrift  
Heb je je planningsschema gemaakt in je schrift, uitgevoerd met potlood en liniaal?  
Heb je met blauw of zwart geschreven?  
Heb je in je schrift alle koppen overgenomen? (niet onderaan de bladzijde)  
Heb je alle koppen onderstreept?  
Heb je een regel overgeslagen na elke kop?  
Heb je alle kernwoorden opgeschreven, met uitleg?  
Heb je foute woorden en zinnen netjes doorgestreept?  
Heb je netjes geschreven en nergens geknoeid?  
Heb je Tipp-Ex gebruikt?  
OPMERKINGEN van de docent:
____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________


Heb je zo gewerkt? Ja Nee
Een planning maken en je eraan houden; zonodig bijstellen.    
In de les en thuis goed geconcentreerd en hard werken.    
De hele schooltijd zo goed mogelijk benutten.    
Aan het begin en aan het eind van de les tijd verlummelen.    
In de les kletsen en thuis alles afraffelen.    
Altijd de buitenkant van de tekst bekijken?    
Voor het maken van de opgaven eerst de bijbehorende tekst lezen.    
De kernwoorden uit de tekst noteren.    
Eerst de vragen lezen, dan het antwoord in de tekst zoeken.    
Onbekende woorden in het woordenboek opzoeken of de docent de betekenis vragen.    
Als ik een antwoord niet weet, met klasgenoot overleggen.    
Als ik een antwoord niet weet, de docent hulp vragen.    
Als ik een antwoord niet weet, gewoon overslaan en later uit het antwoorden boek overschrijven.    
De vragen netjes verbeteren met rood.    
De D-toets maken zonder iets op te zoeken en zonder te gokken.    
De D-toets nauwkeurig verbeteren.    
De onderdelen die ik fout had of niet wist, goed bestuderen.    
Zelf stukken tekst samenvatten..    
Zelf proefwerkvragen verzinnen en beantwoorden.    
Moeilijke dingen op apart briefje opschrijven.    
De avond voor een proefwerk heel lang stampen.    
De avond voor een proefwerk nog een paar belangrijke dingen bekijken.    
De avond voor een proefwerk vroeg naar bed gaan.    
De ochtend voor het proefwerk vroeg opstaan en nog even een paar dingen memoriseren.    
Bij het invullen van dit formulier zonder te kijken overal "Ja" aankruisen.    
OPMERKINGEN van de leerling:
Dingen die goed zijn gegaan en dingen die ik zou willen verbeteren.
________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________


Terug naar boven

Beantwoord de volgende vragen met goede zinnen, waarin de vraag wordt herhaald.
Voorbeeld:
Vraag: Wat zijn leeractiviteiten?
Antwoord: Leeractiviteiten zijn dingen die je in de klas en dingen die je als huiswerk moet doen. ( het vet gedrukte is de herhaling van de vraag).

  1. Noem drie leeractiviteiten, die in de tekst staan, en een leeractiviteit die niet in de tekst astaat.
  2. Op wat voor bladzijde moet je een titelblad maken?
  3. Waarom moet je koppen uit het boek overnemen in je schrift?
  4. Wat moet je doen tijdens het lezen van de tekst?
  5. Waarom moet je met rood verbeteren?
  6. Wat is het doel van de D-toets?
  7. Noem twee taken van de groepsleider.
Wat moet je doen, als je een proefwerk hebt gemist?