STUDIEWIJZER VERZORGING KLAS 2VMBO/H/V

Overzicht van deze pagina

Algemene studieaanwijzingen en werkwijze.
Hoe leer je een proefwerk?
Het maken van een werkplan.
Het beoordelen van je werkwijze
Het beoordelen van je produkt




Gemiddeld moet je 6 opdrachten per les doen, dus 12 per week; je moet je werk zelf nakijken en verbeteren (met rood); de D-toets moet je altijd thuis doen (gebruik je CD-rom) ; 1 les is inbegrepen per hoofdstuk voor een proefwerk. Je mag vaak zelf V-stof kiezen.
In het jaarschema is te zien na hoeveel lessen je een proefwerk kan verwachten.

Leerlingen, die over willen naar 3h, moeten van elk hoofdstuk de extra basisstof maken EN tenminste 2 opdrachten van de verrijkingsstof.

Jaarschema

THEMA Aantal lessen
Basisstof  
Verzorging, een vak voor jou 6
Je uiterlijk 8
Je gezondheid 7
Genieten? 7
Je relaties 7
Thuis in je huis 7
Je voeding 6
Vrije tijd en werken 7
Roulerend practicum 10
  65


Terug naar het overzicht.

Algemene studieaanwijzingen en werkwijze.


Als je met een nieuw thema begint, maak je eerst een titelblad. Je schrijft daar met grote letters de titel van het thema op. Daaronder schrijf je met gewone letters de dingen die je al weet over het thema. Ook voorspel je wat in het thema volgens jou behandeld wordt. (hierbij mag je spieken) Verder mag je het titelblad versieren met tekeningen, plaatjes en dergelijke.


Het werkschema

Je krijgt, als je aan een nieuw hoofdstuk begint, de datum van het proefwerk op. Je gaat kijken welke opdrachten je allemaal moet doen, en verdeelt ze over de beschikbare lessen. Dit vul je in op een werkschema.(dit is ergens anders in deze studiewijzer te vinden) Hier vul je ook in wat je aan huiswerk zult gaan doen. Je bepaalt zelf hoeveel huiswerk er nodig is.

Leeractiviteiten.

In de klas ben je altijd bezig met het uitvoeren van leeractiviteiten. De meest voorkomende zijn teksten lezen en vragen beantwoorden, maar ook moet je practische opdrachten uitvoeren. Dam moet je waarnemingen verrichten en tekeningen of verslagen maken.
De opdrachten maak je op multoblaadjes, of in een groot schrift (A4);
dit wordt door je docent bepaald.
Je kunt, als dat nodig mocht zijn, altijd blaadjes perforeren met de perforator in de klas.
Je moet altijd bij je hebben: je leerboek, je antwoordenboek, je knipbladen, multoblaadjes, pen, potlood HB, kleurpotloden of stiften, lijm, schaar, liniaal, puntenslijper, opbergmap(pen).

Elke les begin je met de datum te noteren. Daarna bekijk je je werkschema, waarna je begint met het uitvoeren van de opdrachten. Zodra je een opdracht hebt afgerond, moet je aan je docent een paraaf vragen. Aan het eind van de les moet iedereen zijn schrift inleveren.

Als je huiswerk maakt, moet je dat op een apart blaadje doen. Ook kun je opdrachten in je werkboek thuis maken.

De huiswerkblaadjes plak je de volgende les als extra bladzijden in je schrift. Van sommige leerlingen zal het schrift beoordeeld worden met een cijfer. Van tevoren is niet bekend van welke leerlingen. Maar elke leerling krijgt evenveel cijfers.

Soms moet je alleen werken , soms in een groepje. Als je met een groepje werkt, is er steeds een aantal groepstaken te verdelen. De medewerkers van een groepje moeten deze taken om beurten uitvoeren:

De tekst bestuderen

Vragen beantwoorden

Vragen moet je in goed Nederlands beantwoorden,dat wil zeggen: met goede zinnen, waarin de vraag terugkomt.

Neem bijvoorbeeld twee leerlingen, die dezelfde vraag beantwoorden.
Leerling A geeft als antwoord: ja.
Leerling B beantwoordt dezelfde vraag met: Het is wel slecht voor je gezondheid als je je huid vaak en met veel zeep wast, want dan was je de beschermingslaag tegen besmetting weg.
Leerling A leert niets; het woordje ja kende hij allang. Leerling B heeft een leeractiviteit uitgevoerd. Hij heeft iets geleerd. Leerling A verspilt zijn tijd.

Een andere methode is: eerst de vraag helemaal overschrijven, en het antwoord op een nieuwe regel eronder schrijven.

De diagnostische toets

Een belangrijke leeractiviteit is het maken van de D-toets. Dit doe je zo:


Terug naar het overzicht.

Nakijken en verbeteren

Je moet zelf je opdrachten nakijken en verbeteren, met rode pen. Dit geldt ook voor de diagnostische toets. Als je iets wilt leren op de avond voor het proefwerk, dan zijn het wel de verbeterde opdrachten. Bij het nakijken krijg je een antwoordenboek te leen.

Hoe leer je een proefwerk?

Meteen de eerste les ben je al voor het proefwerk aan het leren, en dat blijft elke les zo. Alles wat je doet, is leren voor het proefwerk. Je leert het proefwerk dus nooit de laatste avond voorafgaande aan het proefwerk. Als je goed werkt, hoef je de laatste avond bijna niks te doen, alleen de stof een beetje doorkijken.

Je leert voor een proefwerk door de volgende werkwijze te volgen:

Samengevat:


Terug naar het overzicht.

PLANNINGFORMULIER
Neem dit schema over en gebruik het bij het plannen van een hoofdstuk.
vak: __________________________ thema_______________________________
docent(e): ___________________________________


Lesnummer of datum Leeractiviteiten huiswerk
1    
2    
3    
4    
5    
6    
7    
8    
9    
10    
11    
Et cetera    
  Pro memorie  
     
     
     
     
     
Datum van het proefwerk:        
Onder "pro memorie" moet je activiteiten noteren, die door je docent apart worden aangekondigd, omdat die niet door jou zelf uit het boek gehaald kunnen worden.
Bijvoorbeeld: de docent deelt mee, dat hij de vierde les in zijn geheel zal besteden aan de uitleg van een moeilijk onderdeel. Dan heb je dus een les minder om zelf vrij in te delen. Ook is het mogelijk dat de docent opgeeft, wanneer er een practicum tussendoor komt. Verder kan hij mededelen dat bepaalde opdrachten overgeslagen moeten worden.


Terug naar het overzicht.

CONTROLE- en BEOORDELINGSLIJST 2 tg, 2h en 2v
Hulpmiddel bij het nagaan of je schrift en je werkwijze in orde zijn.
Dit formulier moet in je dossier worden opgeborgen.
THEMA____________________________________________________
NAAM_______________________________________KLAS_________
DATUM______________________________________
CIJFER: eigen oordeel: ________ Beoordeling door docent: ________________

Waar moet je allemaal op letten?  
  JA NEE
Zijn je blaadjes gebundeld in een mapje?    
Heb je alle opdrachten van de basisstof compleet? Aantal opdrachten: …………….    
Heb je alle extra basisstof gemaakt? Aantal opdrachten:……………    
Heb je alle opgegeven verrijkingsstof compleet ? Aantal opdrachten:………….    
Heb je extra verrijkingsstof gemaakt? Aantal opdrachten:…….    
Heb je alle ballonnenschem's goed?    
Heb je de D-toets ingeplakt?    
Heb je een toepasselijk titelblad?    
Staat je naam op het titelblad?    
Heb je een inhoudsopgave, met paginanummers?    
Heb je alle koppen overgenomen? niet onderaan de bladzijde?    
Heb je alle koppen onderstreept?    
Heb je voldoende regels overgeslagen bij de koppen?    
Heb je voldoende ruimte voor verbeteringen?    
Zijn de proefjes duidelijk en volledig beschreven?    
Zijn de vragen met goede zinnen beantwoord?    
Komt overal de vraag terug in het antwoord?    
Zijn alle fouten duidelijk en netjes verbeterd, met rood?    
Zijn de tabellen uitgevoerd met potlood en liniaal?    
Hebben tabellen en plaatjes een bijschrift?    
Heb je netjes geschreven en nergens geknoeid?    
Heb je Tipp-Ex gebruikt?    
Heb je teveel lijm gebruikt?    
Heb je uitklapbladen gemaakt?    
Heb je er toepasselijke plaatjes bij geplakt? (Uit oude tijdschriften of reclamedrukwerk); Twee per paragraaf?    
Is je planningsformulier bijgevoegd?    
Is dit op tijd ingeleverd? Inleverdatum:……………….    


Terug naar het overzicht.



Heb je zo gewerkt? Ja Nee
Een planning maken en je eraan houden; zonodig bijstellen.    
In de les en thuis goed geconcentreerd en hard werken.    
De hele schooltijd zo goed mogelijk benutten.    
Aan het begin en aan het eind van de les tijd verlummelen.    
In de les kletsen en thuis alles afraffelen.    
Altijd de buitenkant van de tekst bekijken?    
Voor het maken van de opgaven eerst de bijbehorende tekst lezen.    
De kernwoorden uit de tekst noteren.    
Eerst de vragen lezen, dan het antwoord in de tekst zoeken.    
Onbekende woorden in het woordenboek opzoeken of de docent de betekenis vragen.    
Als ik een antwoord niet weet, met klasgenoot overleggen.    
Als ik een antwoord niet weet, de docent hulp vragen.    
Als ik een antwoord niet weet, gewoon overslaan en later uit het antwoorden boek overschrijven.    
De antwoorden zo kort mogelijk opschrijven.    
De antwoorden met goede zinnen opschrijven.    
De vraag in het antwoord terug laten komen.    
Vragen eerst in klad maken, en na het verbeteren in het net schrijven.    
De vragen netjes verbeteren met rood.    
De D-toets maken zonder iets op te zoeken en zonder te gokken.    
De D-toets nauwkeurig verbeteren.    
De oderdelen die ik fout had of niet wist, goed bestuderen.    
Zelf stukken tekst samenvatten..    
Zelf proefwerkvragen verzinnen en beantwoorden.    
Moeiklijke dingen op apart briefje opschrijven.    
De avond voor een proefwerk heel lang stampen.    
De avond voor een proefwerk nog een paar belangrijke dingen bekijken.    
De avond voor een proefwerk vroeg naar bed gaan.    
De ochtend voor het proefwerk vroeg opstaan en nog even een paar dingen memoriseren.    
Bij het invullen van dit formulier zonder te kijken overal "Ja" aankruisen.    


Terug naar het overzicht.