Opdracht 3
DE EIGENSCHAPPEN VAN TEXTIELVEZELS.

Voorbereiding.

Lees de hele opdracht door (inleiding en uitvoering) en beantwoord de volgende vragen met goede zinnen.

1.    Wat is het doel van dit practicum?

2.    Hoeveel lapjes doe je tegelijk?

3.    Welke dingen moet je in de kolommen 2, 3 en 4 van het schema van resultaten invullen?

4.    Moet je bij elke vezel de bevochtigingsproef doen?

5.    Wanneer is het practicum klaar en kun je aan de bespreking beginnen?

6.    Haal een paraaf.

Inleiding.

Als je kleding of ander textiel koopt is het van belang te weten van welk materiaal ze zijn gemaakt. Daar kun je rekening mee houden bij het gebruik, het onderhoud en het afdanken. Bijvoorbeeld: als iemand zijn kleren in de brand staan, kun je hem in een wollen deken rollen; de vlammen doven dan. Maar gebruik nooit een kunststoffen deken, want die fikt als de hel! Ander voorbeeld: een wollen trui kun je niet op dezelfde manier wassen als een katoenen. Nog een voorbeeld: sommige kleren zijn als ze nat zijn minder sterk. Sommige materialen vatten erg snel vlam; dat moet je voor je veiligheid gewoon weten.

Doel: door middel van tests uitmaken welk lapje van welke grondstof is.

Uitvoering.

Wat heb je nodig?:

zes lapjes stof, een wollen, een zijden, een katoenen, een linnen ,een viscosen en een polyesteren.

Het werkblad “Resultaten en conclusies”.

Voor de brandproef: een doosje lucifers, een schoteltje met een waxinekaarsje, een pincet.

Voor de bevochtigingsproef: een bakje water.

Voor het microscopisch vezelonderzoek: microscoop, voorwerpglas, dekglas, twee prepareernaalden, schaaltje water.

Wat moet je doen?

Neem een van de lapjes en volg het volgende werkschema stap voor stap. Let goed op wat de volgende stap moet zijn!!!!! (het lijkt op een determinatietabel). Noteer de stappen op je blaadje. Als je klaar bent met het eerste lapje, en je weet welke vezel het is, ga je verder met het volgende lapje. Vul je antwoorden in op het weekblad “Resultaten en conclusies”.

Je begint met de brandproef . Laat zien, hoe je die uitvoert en vraag een paraaf.

Vraag ook parafen voor de bevochtigingsproef en het preparaat maken.


Tabel voor het bepalen van de vezelsoort.

A.                Neem het werkblad “resultaten” voor je.

B.                 In de linker kolom plakje een stukje van de stof.

C.                Voer de brandproef uit volgens de onderstaande stappen; noteer je resultaten in het schema.

1)                 Steek het waxinelichtje aan.

2)                 Trek een enkele draad uit het lapje.

3)                 pak het draadje beet met de pincet en houdt de draad horizontaal.

4)                 Steek het andere einde heel even in de vlam, maar haal het er meteen weer uit en houd de draad boven het schoteltje.

5)                 Noteer je waarnemingen; gebruik de volgende omschrijvingen.

i)                    brandt snel: zo ja, ga verder met ii
of:
brandt langzaam, dooft uit de vlam; reuk van schroeiend haar
voorlopige conclusie: eiwit; ga verder met E

ii)                  smelt bij de vlam, harde asbol, ruikt niet naar verbrand papier
voorlopige conclusie: synthetisch; ga verder met F
of:
smelt niet bij de vlam, ruikt naar verbrand papier, zachte as
voorlopige conclusie: cellulose; ga verder met de bevochtigingsproef.

D.                Voer de bevochtigingsproef uit volgens de onderstaande stappen; noteer je resultaten in het schema

1)                 Trek een draadje uit het lapje.

2)                 Maak het draadje op een plek in het midden nat

3)                 Pak het draadje aan beide uiteinden vast en trek tot het breekt.

4)                 Breekt het precies op de vochtige plek, dan is het nat zwakker; breekt het naast de bevochtigde plek, dan is het nat sterker.

5)                 Noteer je waarnemingen:

i)                    nat sterker voorlopige conclusie natuurlijke vezel, ga verder met G
of

ii)                  nat zwakker: eindconclusie: viscose.
(viscose is halfsynthetisch)
Ga verder met het volgende lapje.


E.                 Voer het microscopisch vezelonderzoek uit volgens de onderstaande stappen.

1)                 Leg een druppel water op het voorwerpglaasje.

2)                 Trek een draad uit de stof.

3)                 Leg de draad door de druppel water op het voorwerpglaasje.

4)                 Pluis met de prepareernaalden de draad zo dun mogelijk uit.

5)                 Leg het dekglaasje er overheen; nu heb je een preparaat gemaakt.

6)                 Bekijk het preparaat met de microscoop bij een vergroting van 400 keer.

7)                 Noteer je waarnemingen; gebruik de volgende omschrijvingen:

i)                    glad, eindconclusie: zijde. Ga verder met het volgende lapje.
of

ii)                  met schubben, eindconclusie: wol. Ga verder met het volgende lapje.

F.   Synthetisch.

1)                 Bevochtigingsproef:

i)                    Trek een draadje uit het lapje.

ii)                  Maak het draadje op een plek in het midden nat

iii)                 Pak het draadje aan beide uiteinden vast en trek tot het breekt.

iv)                Breekt het precies op de vochtige plek, dan is het nat zwakker; breekt het naast de bevochtigde plek, dan is het nat sterker.

v)                  Noteer je waarnemingen:

a)                  nat zeer zwak (zure lucht bij brandproef): acetaat
(halfsynthetisch)
of

b)                 nat niet merkbaar zwakker: ga verder met 2.

2)                 Brandproef:

selderiegeur:            polyamide
zoete geur:   polyester
teerlucht:     polypropyleen
koperpoets: chloorvezel
geurloos:     acryl

G.                Voer het microscopisch vezelonderzoek uit volgens de onderstaande stappen.

1)                 Leg een druppel water op het voorwerpglaasje.

2)                 Trek een draad uit de stof.

3)                 Leg de draad door de druppel water op het voorwerpglaasje.

4)                 Pluis met de prepareernaalden de draad zo dun mogelijk uit.

5)                 Leg het dekglaasje er overheen; nu heb je een preparaat gemaakt.

6)                 Bekijk het preparaat met de microscoop, vergroting 400 keer.

7)                 Noteer je waarnemingen; gebruik de volgende omschrijvingen:

i)                    met twist (eindconclusie: katoen) Ga verder met het volgende lapje.
Of

ii)                  zonder twist, met X-en of zonder X-en (eindconclusie: linnen) Ga verder met het volgende lapje.




RESULTATEN EN CONCLUSIES VEZELONDERZOEK

 

LAPJE

BRANDPROEF

VOORLOPIGE CONCLUSIE

BEVOCHTI-GINGSPROEF VOORLOPIGE CONCLUSIE

MICROSCOPIE

WAARNEMING

EINDCONCLUSIE

1.

 

 

 

 

2.

 

 

 

 

3.

 

 

 

 

4.

 

 

 

 

5.

 

 

 

 

6.

 

 

 

 


 

PRACTICUM

ONDERDEEL

Beoordeling

PARAAF

 

voorbereiding

 

 

Textielvezels

Brandproef

 

 

 

Bevochtigingsproef

 

 

 

Microscopie

 

 

 

Resultaten

 

 

 

Opruimen