INLEIDING

Bij het vak verzorging gaat het er onder andere om, dat je leert zelfstandig je eigen huishouding te voeren en gezond en milieubewust te leven.
Dat houdt in dat je zelf alle boodschappen moet doen, zelf het huis schoon moet houden, zelf eten moet koken en zelf je kleren moet wassen.
Sommige geluksvogels leren dat allemaal van hun ouders, maar lang niet iedereen. Vandaar dat het vak verzorging er is gekomen ; vandaar ook dat je een aantal praktische opdrachten moet uitvoeren.

 

Jullie gaan in groepjes samenwerken. Jullie moeten samen uitzoeken wat er gedaan moet worden en hoe, en het gelijkertijd uitvoeren. Dus iedereen moet tegelijkertijd klaar zijn met de opdracht. Help elkaar en pas je tempo aan elkaar aan.

 

Je docent stelt de groepjes samen. Zodra je weet in welke groep je zit, ga je met elkaar je eigen werkschema invullen. Dan weet je meteen voor elke les welke opdracht je moet doen. Als je dit hebt gedaan, haal dan je eerste paraaf.

De medewerkers van een groepje moeten om beurten enkele taken uitvoeren:

        voorzitter
hij zorgt dat de voorbereiding en de bespreking gezamenlijk gemaakt worden. (en op de goede manier)

        vragensteller
Hij mag naar de docent om hulp te vragen (de anderen niet).

        tijdbewaker
hij zorgt dat iedereen tegelijk met de anderen op werkt
Als de hele groep klaar is, vraagt hij de docent om te paraferen.

        materiaalverzorger
hij haalt de spullen en verdeelt ze, en brengt ze ook weer terug.

Beoordeling.

Je krijgt voor elke praktische opdracht een aantal studiepunten. Dit is afhankelijk van het aantal parafen dat je krijgt , van je werkhouding en van je ingeleverde werk.

Na afloop wordt het totaal aantal studiepunten omgezet in een proefwerkcijfer (3x). Bij afwezigheid verdien je geen studiepunten; dit betekent dat je cijfer lager uitvalt dan wanneer je aanwezig zou zijn geweest.

Na elk practicum (dus elke week) moet je je schrift inleveren.

De docent kiest er een paar uit om een cijfer te geven. Iedereen komt even vaak aan de beurt, je weet alleen niet precies wanneer. Dit cijfer telt mee als so-cijfer. (1x)


Werkwijze praktische opdrachten.

Voorbereiding:

Je moet goed weten wat je gaat doen. Daarvoor is voorbereiding nodig.
Bij de voorbereiding lees je de opdracht in deze handleiding door.
Ook beantwoord je de vragen die bij elk practicum vooraan staan in je schrift. Ook moet je de groepstaken verdelen.

     Je begint met de kopregel.

     Na de kopregel noteer je de verdeling van de groepstaken.

     Je moet elke vraag overschrijven in je schrift, en het antwoord op een nieuwe regel (of de vraag in het antwoord herhalen).

     Je moet de nummers van de vragen in de kantlijn zetten.

     Na elk antwoord moet je een regel overslaan.

     Als je klaar bent met de voorbereiding, moet de vragensteller de docent roepen en om een paraaf vragen.

Uitvoering.

Bij alles wat je doet: denk eerst na, lees eerst de handleiding

Je moet de resultaten noteren in je schrift of soms in de handleiding.

Je moet tijdens de les vaak een paraaf laten zetten, als je een onderdeel hebt afgerond, maar alleen als de hele groep klaar is.

Wat moet ik doen?

Als je ondanks je voorbereiding toch niet weet wat je doen moet, denk dan allereerst aan deze afkorting: RTFM! (=read the effing manual!!!!) Helpt de handleiding ook niet, dan kan de vragensteller om hulp vragen.

Bespreking en vooruitblik.

Na afloop moet je enkele vragen beantwoorden, ook in je schrift.

Ook moet bekijken wat je de volgende keer moet gaan doen, en of je daarvoor iets mee moet brengen.

     Je moet elke vraag overschrijven in je schrift, en het antwoord op een nieuwe regel.

     Je moet de nummers van de vragen in de kantlijn zetten.

     Na elk antwoord moet je een regel overslaan.

     Als je klaar bent met de bespreking, moet de vragensteller de docent roepen en om een paraaf vragen.

 


 

Rouleerschema 1.

 

A

B

C

D

E

F

1

1

2

3

4

5

6

2

2

3

4

5

6

1

3

3

4

5

6

1

2

4

4

5

6

1

2

3

5

5

6

1

2

3

4

6

6

1

2

3

4

5

 

 

OVERZICHT PRACTISCHE OPDRACHTEN

P1

Hyginisch werken in de keuken (een maaltijd bereiden).

P2

Cakejes bakken

P3

De eigenschappen van textielvezels

P4

Stekker repareren en strijken

P5

Kleding verstellen

P6

Wasmiddelen vergelijken

 


NAAM_____________________________________

KLAS ________GROEP_______

 


Werkschema carrousel Verzorging

 

 

Datum

Les

Opdracht

 

  1.  

 

 

  1.  

 

 

  1.  

 

 

  1.  

 

 

  1.  

 

 

  1.  

 

 

  1.  

 

 

  1.  

 

 

  1.  

 

 

  1.  

 

 

  1.  

 

 

  1.  

 

 

  1.  

 

 

  1.  

 

 

Lesmateriaal waar je zelf voor moet zorgen:

Practicumhandleiding

Bij opdracht 4 moet je een spijkerbroek meenemen!!

Schrift

Rode pen, blauwe pen